Nieuwe wet van toepassing op stichtingen treedt 1 juli as. in werking

Bijgewerkt op: 22 apr. 2021

Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (WBTR)

Bij besluit van 11 december 2020 is met de goedkeuring van de Eerste Kamer vast komen te staan dat de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (WBTR) per 1 juli 2021 in werking zal treden. De wet bevat een aantal relevante aanpassingen in het wettelijk kader voor onder meer stichtingen. Hieronder heb ik puntsgewijs samengevat wat de belangrijkste bepalingen zijn in de nieuwe wetsbepalingen.

Bestuursmodel

Er komt een wettelijke verankering van het monistische bestuursmodel voor stichtingen. Dit betekent dat in de statuten kan worden bepaald dat de bestuurstaken worden verdeeld over één of meer niet uitvoerende bestuurders en één of meer uitvoerende bestuurders.

Tevens wordt wettelijk verankerd dat kan worden gekozen voor een dualistische bestuursmodel met een raad van commissarissen die toezicht uitoefent op het bestuur. Bij stichtingen zal deze raad gewoonlijk als raad van toezicht worden aangeduid.

Aansprakelijkheid bestuurders

In de nieuwe wetsbepalingen wordt geregeld dat in geval van faillissement van een stichting iedere bestuurder jegens de boedel hoofdelijk aansprakelijk is voor het bedrag van de schulden voor zover deze niet door vereffening van de overige baten kunnen worden voldaan, indien het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Hiermee is de regeling met betrekking tot aansprakelijkheid van bestuurders voor stichtingen gelijk getrokken met de wettelijke regeling met betrekking tot directeuren van vennootschappen.

Ontstentenis of belet van bestuurders of leden van de Raad van Toezicht

In de statuten van stichtingen dient een bepaling te worden opgenomen over de wijze waarop taken en bevoegdheden worden ingevuld bij ontstentenis of belet van alle bestuurders en een soortgelijk bepaling voor ontstentenis of belet van alle leden van de Raad van Toezicht.

Tegenstrijdig belang

Wettelijk wordt geregeld dat bestuurders en leden van de Raad van toezicht van een stichting niet mogen deelnemen aan de beraadslaging en besluitvorming indien zij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang hebben dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting.

Informatieplicht bestuur

Onder de werking van de nieuwe wet dient het bestuur van een stichting ten minste een keer per jaar de raad van toezicht schriftelijk op de hoogte te stellen van de hoofdlijnen van het strategisch beleid, van de algemene en financiële risico’s en van de gebruikte beheers- en controlesystemen.





26 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven